De Vereniging Nederlandse Poppodia en -Festivals (VNPF) heeft cijfers over het poppodium- en festivallandschap in Nederland voor 2023 en 2024 gepubliceerd. Er is volgens de vereniging “structureel robuuste financiëring” nodig om het hoofd boven water te kunnen houden.
Livemuziek is populair, dat durven we onderhand wel te stellen. Afgelopen jaar verwelkomden poppodia iets meer publiek dan in 2023. Het aantal optredens steeg in 2024 met 3 procent, wat leidde tot een nog grotere toename van 8 procent in bezoekersaantallen. Het aantal festivalgangers bleef in beide jaren gelijk.
Toch kunnen de slingers niet even enthousiast door de branche worden opgehangen. Hoewel meer muziekliefhebbers de weg naar de podia weten te vinden, stijgen de kosten sneller dan de inkomsten.
Snel stijgende kosten
De trend van meer bezoekers gold overigens lang niet voor alle concertzalen. 64 procent van de podia zag een stijging, terwijl de andere 36% een daling noteerde. En ook al bleef het aantal bezoekers van festivals gelijk, er werden minder betaalde kaartjes verkocht.
Maar of er nu veel of weinig publiek bij een show aanwezig is: de kosten voor onder andere het personeel en de huisvesting moeten betaald worden. Naar die posten gaat een hoop geld wat onvoldoende gecompenseerd wordt door de inkomsten uit kaartverkoop en horecaomzet. Zelfs niet wanneer die laatste stijgen.

Subsidies blijven achter
Ook de artiesten en progammering werden duurder, met een stijging van maar liefst 17 procent. “VNPF-leden staan onder druk om artiesten beter te betalen, maar daar staan nauwelijks extra middelen tegenover,” schrijft de vereniging, die 74 podium- en 47 festivalleden telt.
Ondanks de stijgende kosten, verwachten poppodia niet dat ze komend jaar meer subsidie zullen ontvangen van de gemeente. De meesten zijn op dat gebied bijna volledig afhankelijk van gemeentelijke steun. Uit het rapport blijkt dat meer dan de helft van de concertzalen verlies draaide in het afgelopen jaar. Vooral de allerkleinsten hebben de subsidies hard nodig om rond te kunnen komen.
Pijn bij elke partij
Het doet pijn bij zowel consument als organisator. Bezoekers legden gemiddeld 11 procent meer neer voor een kaartje. Organisatoren breken zich tegelijkertijd het hoofd over de kosten van hun huur, energie en techniek. Na COVID-19 zijn vrijwel alle kostenposten steeds duurder geworden, en het einde lijkt nog niet in zicht.
Al eerder gingen unieke festivals teniet omdat de financiële pot structureel leeg bleef. Zo gooide Ploegendienst tickets in de verkoop voor €15,- wegens een tegenvallende kaartverkoop. “Maar wel het beste alternatief om de betaalbaarheid van festivals […] te realiseren.”

Toegankelijkheid van livemuziek
Die betaalbaarheid staat ook een deel van de bezoekers die het minder breed hebben in de weg. VNPF waarschuwt dat muziek op deze manier minder toegankelijk wordt. Poppodia hebben een publieke taak om “artistieke kwaliteit te presenteren en talentontwikkeling te bevorderen.”
Maar als zoveel instellingen verlies draaien, komen allerlei aspecten onder druk te staan. Er is minder ruimte voor risico, minder plek voor opkomende artiesten en minder diversiteit in het aanbod van zowel programmering als locaties.
Gebrek aan langetermijnvisie
De directeur van de vereniging waarschuwt gemeenten. Als zij kijken naar het financiële gewin op korte termijn, benadelen ze zichzelf door het verlies op cultureel vlak op de lange termijn. Daarbij biedt een rijk aanbod aan cultuur ook weer economische en maatschappelijke voordelen.
Ook geeft de vereniging aan “dat het Nederlandse live popmuziekcircuit zonder structureel robuuste subsidiëring dreigt te worden teruggeworpen naar de vorige eeuw” en ons “pop-ecosysteem wordt ondermijnd.” Laat dit rapport een herinnering zijn dat muziek ons zoveel meer oplevert dan in cijfers uitgedrukt kan worden.
Ken je de Festival Cadeaukaart al?Hét cadeau voor feestend Nederland, in te wisselen bij meer dan 1.000 festivals. »